HET MUSEUM

HET KUNSTENAARSHUIS

Het oorspronkelijke huis dateert uit de 16de eeuw, van kort na de grote stadsbrand in 1536. De Koornmarkt behoort dan tot de rijkste buurten van Delft. Na diverse verbouwingen in de volgende eeuwen worden huis en gevel rond 1800 nog eenmaal grondig gemoderniseerd. In die staat koopt Tetar van Elven het pand in 1864. Zelf heeft hij niet laten verbouwen, maar wel het interieur aan de 19de-eeuwse smaak aangepast. Een heel bijzondere ingreep: het plafond in de Salon, dat hij door Abraham Gips liet beschilderen met de namen van de oude meesters (Rafaël, Rubens, Rembrandt e.a.) die hij bewonderde en kopieerde.


Rond 1930 werd het woonhuis geschikt gemaakt voor de museale functie. De huidige plattegrond van het pand is dus niet meer dezelfde als in Tetars tijd. 


Zie ook Plattegronden

DE COLLECTIE

“Schilderijen, prenten, boeken, preciosa en antique meubelen, porcelein en costumes”…


Zo omschreef Paul Tetar van Elven in zijn testament de “inboedel” van zijn huis aan de Koornmarkt die in het toekomstige museum moest worden getoond.


Wie het museum bezoekt, kan constateren dat aan de wens van de schenker nog altijd wordt voldaan. Van de rijk gemeubileerde en gestoffeerde Suite met Tetars antieke meubilair, de door hem geschilderde familieportretten, schilderijen van hemzelf en collega’s en het bijzondere beschilderde plafond, tot het atelier met zijn schildersattributen, zijn kopieën en zijn antiquarische boeken in de bibliotheek.
En niet te vergeten: de porseleinkasten met een keur aan Delfts blauw en Oosters porselein!

Schilderijen

In het museum worden voornamelijk Tetars eigen schilderijen getoond, vooral portretten van zijn familie en olieverfkopieën naar beroemde oude meesters. Daarnaast is er werk te zien van tijdgenoten, waaronder Koekkoek, Leickert, Immerzeel, Adriana Haenen, zijn halfbroer Jean Baptiste en diens zoon Pierre.
Tot zijn verzameling horen ook enkele werken uit de 17de eeuw, zoals een boerentafreeltje van Pieter de Bloot, een grisaille van Adriaan van der Venne en een groot Zeegezicht van Witmondt (‘Penschilderij’). In het atelier is het enorme doek “Het verzoek om genade aan Prins Maurits door de moeder en de echtgenote van Reinier van Oldenbarnevelt in 1623” te zien. Het is een typisch voorbeeld van de 19de-eeuwse historiekunst, waarin het draaide om de afbeelding van heldendaden en dramatische gebeurtenissen uit de “Vaderlandsche Geschiedenis”.

Tekeningen

In zijn academiestudies, tekeningen en aquarellen toont Tetar zich een ware meester. Bekijk zijn schetsboekjes met uiterst fijn getekende portretjes van familie en vrienden en verrassend spontane kijkjes in het dagelijks leven!


Porselein en aardewerk

De collectie kenmerkt zich door een grote variatie: Chinees Mingporselein uit de zeventiende eeuw, Imari-porselein uit Japan, achttiende-eeuws Famille rose, Amsterdams bont en natuurlijk Delfts Blauw! In de eetkamer is de tafel gedekt met een achttiende-eeuws, blauw gedecoreerd Chine de commande-servies. De rest staat te pronk in de porseleinkast.

Op de zolder, te bereiken via de 16de-eeuwse wenteltrap: een open depot met meer voorbeelden uit de verzameling. De wand langs de trap is helemaal betegeld met Delfts blauwe tegels met voornamelijk voorstellingen van kinderspelen.

Antieke meubels, etc.

Uit de vele antieke meubels en voorwerpen, met name in het atelier, zoals de goudleerstoelen en de grote betaaltafel, spreekt de 19de-eeuwse voorliefde voor de zeventiende eeuw, de z.g. Hollandse Renaissance. De verzameling antieke wapens in het atelier diende als studiemateriaal, zoals te zien op het historiestuk naast de schouw.


Kopieën van oude meesters

Oog in oog staan met de “Sixtijnse Madonna” van Rafaël met de nog altijd overbekende engeltjes? Of met "De Oude Man" van Rembrandt? ... Ook dat kan: dankzij de unieke verzameling kopieën naar oude meesters, in olieverf geschilderd door Paul Tetar van Elven.


Het kopiëren van de grote voorgangers was een vast bestanddeel van de 19de-eeuwse kunstopleiding en net als veel van zijn collega’s bezocht Tetar de grote musea in binnen- en buitenland om ter plekke de kunst af te kijken. Zij gebruikten hun kopieën als geheugensteuntje in hun atelier, maar konden er ook mee voldoen aan de groeiende behoefte van kunstliefhebbers en museumbezoekers om ook thuis een beroemd kunstwerk aan de wand te hebben. De fotografie was nog maar net in opkomst, een originele ‘oude meester’ voor de meesten onbetaalbaar. En waardoor kon dat beter worden vervangen dan door een getrouwe kopie? Zo leverde de verkoop van hun kopieën menig kunstenaar een welkome bijverdienste op.


Ook Tetars kopieën gingen grif van de hand, vooral zijn grote en kleinere versies van de mateloos populaire “Sixtijnse Madonna” van Rafaël! In de 20e eeuw werd het kopiëren niet meer als kunst beschouwd en raakten de sporen helaas uitgewist. De door Tetar niet verkochte exemplaren zijn gelukkig bewaard gebleven en geven daarmee een uniek kijkje op een typisch 19de-eeuwse kunstpraktijk!